Veel marathonlopers merken dat ze na 30K in hun wedstrijd vaak leeglopen.En sommigen stoppen dan, anderen lopen ontgoocheld uit. Beiden hebben ongelijk, je leert gewoon zeer veel van die momenten en daar gaat het over. Sterker worden door ervaringen op te doen. Vooral je gevoel bij dat leeglopen is belangrijk. Ik lijst een vijftal mogelijke scenario’s op.
- je verliest geleidelijk aan kracht en kan het tempo niet meer volhouden. Vermoedelijk iets te weinig kilometers gelopen in de voorbereiding. Maar troost u met de gedachte dat het niet je langste lopen waren die hiervoor zorgden. Vaak zij die net te lang en hebben weefselschade gegeven die je zuur opbreekt tijdens de marathon. Punt 2.
- Ik krijg pijn in mijn bovenbenen, mijn kuiten, … Gedeeltelijk kan het komen doordat je benen niet gerecupereerd zijn van je lange trainingsweken. Gaat het gepaard met krampen dan is er wat loos met je vochtopname.
- Loop je volledig leeg en doen je benen niet meer wat je hoofd wil? Volledige glucogeen voorraad is op, je bent vermoedelijk veel te snel gestart, de euforie van het moment heeft je genekt.
Een stadium erger is wanneer je merkt dat ook je alertheid, je focus en je doorzettingsvermogen weg zijn, vermoedelijk hebben je hersenen geen glucogeen meer. Dan is het echt het moment om te stoppen. Meestal doet het lichaam dat zelf wel. - De ongemakken kruipen plots in je hoofd omdat je beseft dat je nooit eerder zo ver gelopen hebt. Pijn wordt lijden om het zo te zeggen. Weet één ding, je lijf weet niet wat je aan het doen bent. Je geest wel en die kleurt het plaatje. Train dus je geest. Dat kan door in je voorbereiding heel veel op omlopen te trainen. Rondes met telkens hetzelfde punt voor vertrek en aankomst ( piste dus), dat geeft onrust en daarmee wordt je mentaal sterker.
- Je darmen beginnen op te spelen en je moet vertragen om problemen te voorkomen. Teveel glucogeen opgenomen, je maag kan maar een beperkte hoeveelheid opnemen per uur. Meestal lukt tussen de 30 en 60 gram per uur. Wees je daar bewust van, ook de densiteit (dikke) speelt een rol. Daar moet je op trainen. Niet elke gel is een goeie gel voor jou.
Na de marathon schrijf je best je gevoel op, liefst gedetailleerd per wedstrijdblok. Zeer waardevolle dingen meestal.
Coach
