Cadans is het aantal passen dat een hardloper zet per minuut. En door een onzalige aanname geloven wij dat het 180 moet zijn. Het ontstaan van die 180 dat weten de meesten niet maar ze houden er wel aan vast. Veel zogezegde inzichten en loopwaarheden ( noem het gerust dogma’s) zijn ontstaan vanuit het denken van een coach die bezig was met een beperkte groep topatleten die hij volgde en die hij beter wou maken. Op een dag geeft die man een interview, zegt een paar dingen die hem bij die groep opvielen en voilà, iedereen vergeet de context en onthoud 180 in dit geval. Dit even terzijde.
Je kan dus een stap zetten en een pas maken. Dat zijn voor mij twee verschillende dingen. Als wandelaar stap je en je zal vaker je been tillen naar voor en wat verder laten landen en je achterste been bijna bijtrekken. Je voeten zijn allebei op de grond.
Een pas als hardloper doe je met meer aandacht voor het afstoten met dat achterste been. Bent u nog mee? Een goeie looptechniek is vallend naar voor ( de laatste weken heb ik daar grappige discussies over). Je valt naar voor en je lichaam zal automatisch een deel tillen om verderop te plaatsen anders zou je vallen op je snoet, de kunst is nu op het moment dat het automatisme in werking treedt om met het andere been ( standbeen) af te stoten. Dan spring je eigenlijk vooruit. Je hoorde vast wel al dat lopen eerder op één been springen is. Dat is dus een pas.
Hoe veel passen moet je zetten per minuut? Maakt niet zoveel uit, het is de afstand die je kan overbruggen al springend en die je uiteraard kan volhouden die het aantal bepaalt en uit ervaring weet ik dat het schommelt tussen 160 en 200. Dus 180 is een mooi gemiddelde maar geen dogma waarop je moet afgerekend worden.
